Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. heruitzenden:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for heruitzenden from Dutch to Swedish

heruitzenden:

heruitzenden verb (heruitzend, heruitzendt, heruitzond, heruitzonden, heruitgezonden)

  1. heruitzenden
    återutsända
    • återutsända verb (återutsänder, återutsändde, återutsänt)

Conjugations for heruitzenden:

o.t.t.
  1. heruitzend
  2. heruitzendt
  3. heruitzendt
  4. heruitzenden
  5. heruitzenden
  6. heruitzenden
o.v.t.
  1. heruitzond
  2. heruitzond
  3. heruitzond
  4. heruitzonden
  5. heruitzonden
  6. heruitzonden
v.t.t.
  1. heb heruitgezonden
  2. hebt heruitgezonden
  3. heeft heruitgezonden
  4. hebben heruitgezonden
  5. hebben heruitgezonden
  6. hebben heruitgezonden
v.v.t.
  1. had heruitgezonden
  2. had heruitgezonden
  3. had heruitgezonden
  4. hadden heruitgezonden
  5. hadden heruitgezonden
  6. hadden heruitgezonden
o.t.t.t.
  1. zal heruitzenden
  2. zult heruitzenden
  3. zal heruitzenden
  4. zullen heruitzenden
  5. zullen heruitzenden
  6. zullen heruitzenden
o.v.t.t.
  1. zou heruitzenden
  2. zou heruitzenden
  3. zou heruitzenden
  4. zouden heruitzenden
  5. zouden heruitzenden
  6. zouden heruitzenden
en verder
  1. is heruitgezonden
  2. zijn heruitgezonden
diversen
  1. heruitzend!
  2. heruitzendt!
  3. heruitgezonden
  4. heruitzendend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for heruitzenden:

VerbRelated TranslationsOther Translations
återutsända heruitzenden

Wiktionary Translations for heruitzenden:


Cross Translation:
FromToVia
heruitzenden kräkas; spy; neka; vägra; tacka nej till rejeter — Traductions à trier suivant le sens
heruitzenden förjaga renvoyerenvoyer de nouveau.
heruitzenden tacka nej till; neka; vägra; missbilliga; förjaga repousser — Pousser en arrière, rejeter ; faire reculer quelqu’un, écarter de soi quelque chose.
heruitzenden vrida; vända; blanda; sammanblanda retourneraller de nouveau en un lieu.