Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. onderbreking:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for onderbreking from Dutch to Swedish

onderbreking:

onderbreking [de ~ (v)] noun

  1. de onderbreking (interruptie; verbreking; breuk)
    avbrott; inbrytande
  2. de onderbreking (rustpauze; pauze; verpozing; tussenpoos)
    rast; paus
  3. de onderbreking (onderbreken; verbreken)
    uppehåll; paus; avbrott; avbrytande
  4. de onderbreking (pauze; tussenpoos)
    paus; uppehåll; avbrott
  5. de onderbreking (respijt; uitstel)
    uppskov; anstånd; respit

Translation Matrix for onderbreking:

NounRelated TranslationsOther Translations
anstånd onderbreking; respijt; uitstel
avbrott breuk; interruptie; onderbreken; onderbreking; pauze; tussenpoos; verbreken; verbreking IRQ; interrupt; interruptaanvraag; reces; speelkwartier; storing; verderf
avbrytande onderbreken; onderbreking; verbreken afzegging; storing
inbrytande breuk; interruptie; onderbreking; verbreking
paus onderbreken; onderbreking; pauze; rustpauze; tussenpoos; verbreken; verpozing halt; intermezzo; reces; rust; rustpauze; rustpoos; ruststand; rusttijd; steuntje; tussenpozen; tussenspel; verpozing
rast onderbreking; pauze; rustpauze; tussenpoos; verpozing pauze
respit onderbreking; respijt; uitstel bedenktijd; respijt
uppehåll onderbreken; onderbreking; pauze; tussenpoos; verbreken
uppskov onderbreking; respijt; uitstel

Related Words for "onderbreking":

  • onderbrekingen

Wiktionary Translations for onderbreking:

onderbreking
noun
  1. een tijdelijk staken van activiteit door een onverwachte gebeurtenis
  2. een kort ophouden van bezigheden als pauze

Cross Translation:
FromToVia
onderbreking avbrott; uppehåll hiatus — interruption, break or pause

Related Translations for onderbreking