Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. drastisch:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for drastisch from Dutch to Swedish

drastisch:


Translation Matrix for drastisch:

ModifierRelated TranslationsOther Translations
energisk doortastend; drastisch; ferm; krachtdadig; krachtig; sterk
energiskt doortastend; drastisch; ferm; krachtdadig; krachtig; sterk actief; beweeglijk; dynamisch; energiek; geanimeerd; krachtig; levendig; vief; vol energie; vol fut
kraftfullt doortastend; drastisch; ferm; krachtdadig; krachtig levenskrachtig; vitaal
kraftig doortastend; drastisch; ferm; krachtdadig; krachtig erg; fel; forse; grof; grofgebouwd; heftig; hevig; krachtig; levenskrachtig; lomp; massief; niet hol; ruw; vitaal
kraftigt doortastend; drastisch; ferm; krachtdadig; krachtig; sterk corpulent; dik; erg; fel; ferm; flink; fors; forse; fysiek sterk; gezet; grof; grofgebouwd; heftig; hevig; intens; klemmend; krachtig; levenskrachtig; lijvig; lomp; massief; met een krachtige uitwerking; met klem; met nadruk; nadrukkelijk; niet hol; omvangrijk; potig; robuust; ruw; sterk; stevig; struis; uitdrukkelijk; vitaal; volumineus; zwaar; zwaargebouwd; zwaarlijvig
livskraftig doortastend; drastisch; ferm; krachtdadig; krachtig levensvatbaar
livskraftigt doortastend; drastisch; ferm; krachtdadig; krachtig levensvatbaar
spänstig doortastend; drastisch; ferm; krachtdadig; krachtig elastisch; energiek; krachtig; rekbaar; veerkrachtig; vol energie
spänstigt doortastend; drastisch; ferm; krachtdadig; krachtig elastisch; energiek; krachtig; levenskrachtig; rekbaar; veerkrachtig; vitaal; vol energie

Related Words for "drastisch":

  • drastische

Antonyms for "drastisch":


Related Definitions for "drastisch":

  1. krachtig en doortastend1
    • de politie nam drastische maatregelen1

Wiktionary Translations for drastisch:

drastisch
adjective
  1. een hoge graad bereikend

Cross Translation:
FromToVia
drastisch drastisk drastic — extreme, severe
drastisch extrem extreme — drastic, or of great severity
drastisch aktiv énergique — Qui a de l’énergie.