Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. gewoonte worden:


Dutch

Detailed Translations for gewoonte worden from Dutch to Swedish

gewoonte worden:

gewoonte worden verb (word gewoonte, wordt gewoonte, werd gewoonte, werden gewoonte, gewoonte geworden)

  1. gewoonte worden
    bli en vana
    • bli en vana verb (blir en vana, blev en vana, blivit en vana)

Conjugations for gewoonte worden:

o.t.t.
  1. word gewoonte
  2. wordt gewoonte
  3. wordt gewoonte
  4. worden gewoonte
  5. worden gewoonte
  6. worden gewoonte
o.v.t.
  1. werd gewoonte
  2. werd gewoonte
  3. werd gewoonte
  4. werden gewoonte
  5. werden gewoonte
  6. werden gewoonte
v.t.t.
  1. ben gewoonte geworden
  2. bent gewoonte geworden
  3. is gewoonte geworden
  4. zijn gewoonte geworden
  5. zijn gewoonte geworden
  6. zijn gewoonte geworden
v.v.t.
  1. was gewoonte geworden
  2. was gewoonte geworden
  3. was gewoonte geworden
  4. waren gewoonte geworden
  5. waren gewoonte geworden
  6. waren gewoonte geworden
o.t.t.t.
  1. zal gewoonte worden
  2. zult gewoonte worden
  3. zal gewoonte worden
  4. zullen gewoonte worden
  5. zullen gewoonte worden
  6. zullen gewoonte worden
o.v.t.t.
  1. zou gewoonte worden
  2. zou gewoonte worden
  3. zou gewoonte worden
  4. zouden gewoonte worden
  5. zouden gewoonte worden
  6. zouden gewoonte worden
diversen
  1. word gewoonte!
  2. wordt gewoonte!
  3. gewoonte geworden
  4. gewoonte wordend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for gewoonte worden:

VerbRelated TranslationsOther Translations
bli en vana gewoonte worden een gewoonte worden

Related Translations for gewoonte worden