Remove Ads

Dutch

Detailed Translations for paar from Dutch to English

paar:

paar [het ~] noun

  1. het paar (stelletje; koppel; stel)
    the couple; the pair; the the two
  2. het paar (twee stuks; koppel; tweetal)
    the pair; the two; the twosome; the tandem
  3. het paar (levenspaar; koppel)
    the couple; the pair; the couple for live

Related Words for "paar":

  • paars, paartje, paartjes

Synonyms for "paar":


Antonyms for "paar":


Related Definitions for "paar":

  1. klein aantal1
    • we gaan een paar dagen op reis1
  2. twee bij elkaar1
    • ik heb twee paar schoenen gekocht1

paar form of paren:

paren verb (paar, paart, paarde, paarden, gepaard)

  1. paren (sexuele gemeenschap hebben; neuken; vrijen)
    to fuck
    – have sexual intercourse with 2
    • fuck verb ! (fucks, fucked, fucking)
    have sexual intercourse; to make love; to couple
  2. paren (koppelen; verbinden)
    to link; to couple; to connect; to pander; to attach; to make a match
    • link verb (links, linked, linking)
    • couple verb (couples, coupled, coupling)
    • connect verb (connects, connected, connecting)
    • pander verb (panders, pandered, pandering)
    • attach verb (attaches, attached, attaching)
    • make a match verb (makes a match, made a match, making a match)

Conjugations for paren:

o.t.t.
  1. paar
  2. paart
  3. paart
  4. paren
  5. paren
  6. paren
o.v.t.
  1. paarde
  2. paarde
  3. paarde
  4. paarden
  5. paarden
  6. paarden
v.t.t.
  1. heb gepaard
  2. hebt gepaard
  3. heeft gepaard
  4. hebben gepaard
  5. hebben gepaard
  6. hebben gepaard
v.v.t.
  1. had gepaard
  2. had gepaard
  3. had gepaard
  4. hadden gepaard
  5. hadden gepaard
  6. hadden gepaard
o.t.t.t.
  1. zal paren
  2. zult paren
  3. zal paren
  4. zullen paren
  5. zullen paren
  6. zullen paren
o.v.t.t.
  1. zou paren
  2. zou paren
  3. zou paren
  4. zouden paren
  5. zouden paren
  6. zouden paren
en verder
  1. ben gepaard
  2. bent gepaard
  3. is gepaard
  4. zijn gepaard
  5. zijn gepaard
  6. zijn gepaard
diversen
  1. paar!
  2. paart!
  3. gepaard
  4. parend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

External Machine Translations:
Images:

Related Translations for paar



Remove Ads

Remove Ads