Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. verzitten:


Dutch

Detailed Translations for verzitten from Dutch to English

verzitten:

verzitten verb (verzit, verzat, verzaten, verzeten)

  1. verzitten
    move to another seat; to shift one's position

Conjugations for verzitten:

o.t.t.
  1. verzit
  2. verzit
  3. verzit
  4. verzitten
  5. verzitten
  6. verzitten
o.v.t.
  1. verzat
  2. verzat
  3. verzat
  4. verzaten
  5. verzaten
  6. verzaten
v.t.t.
  1. heb verzeten
  2. hebt verzeten
  3. heeft verzeten
  4. hebben verzeten
  5. hebben verzeten
  6. hebben verzeten
v.v.t.
  1. had verzeten
  2. had verzeten
  3. had verzeten
  4. hadden verzeten
  5. hadden verzeten
  6. hadden verzeten
o.t.t.t.
  1. zal verzitten
  2. zult verzitten
  3. zal verzitten
  4. zullen verzitten
  5. zullen verzitten
  6. zullen verzitten
o.v.t.t.
  1. zou verzitten
  2. zou verzitten
  3. zou verzitten
  4. zouden verzitten
  5. zouden verzitten
  6. zouden verzitten
diversen
  1. verzit!
  2. verzit!
  3. verzeten
  4. verzittend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for verzitten:

VerbRelated TranslationsOther Translations
move to another seat verzitten
shift one's position verzitten