Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. bestaan:

Remove Ads

Dutch

Detailed Translations for bestaan from Dutch to Spanish

bestaan:

bestaan verb (besta, bestaat, bestond, bestonden, bestaan)

  1. bestaan (zijn; leven; existeren)
    ser; existir; vivir

Conjugations for bestaan:

o.t.t.
  1. besta
  2. bestaat
  3. bestaat
  4. bestaan
  5. bestaan
  6. bestaan
o.v.t.
  1. bestond
  2. bestond
  3. bestond
  4. bestonden
  5. bestonden
  6. bestonden
v.t.t.
  1. heb bestaan
  2. hebt bestaan
  3. heeft bestaan
  4. hebben bestaan
  5. hebben bestaan
  6. hebben bestaan
v.v.t.
  1. had bestaan
  2. had bestaan
  3. had bestaan
  4. hadden bestaan
  5. hadden bestaan
  6. hadden bestaan
o.t.t.t.
  1. zal bestaan
  2. zult bestaan
  3. zal bestaan
  4. zullen bestaan
  5. zullen bestaan
  6. zullen bestaan
o.v.t.t.
  1. zou bestaan
  2. zou bestaan
  3. zou bestaan
  4. zouden bestaan
  5. zouden bestaan
  6. zouden bestaan
diversen
  1. besta!
  2. bestaat!
  3. bestaan
  4. bestaand
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

bestaan [het ~] noun

  1. het bestaan (existentie; leven; zijn)
    la existencia

Translation Matrix for bestaan:

NounRelated TranslationsOther Translations
existencia bestaan; existentie; leven; zijn kasvoorraad
ser creatuur; schepsel
VerbRelated TranslationsOther Translations
existir bestaan; existeren; leven; zijn
ser bestaan; existeren; leven; zijn
vivir bestaan; existeren; leven; zijn doormaken; leven; logeren; resideren; verblijven; wonen

Related Definitions for "bestaan":

  1. dat het er is1
    • deze club bestaat al drie jaar1
  2. ergens uit opgebouwd zijn1
    • die puzzel bestaat uit kleine blokken1
  3. het er zijn1
    • we vieren het 10-jarig bestaan van de vereniging1
  4. mogelijk zijn1
    • dat bestaat niet!1

Related Translations for bestaan



Remove Ads




Remove Ads