Dutch

Detailed Translations for terechtkomen from Dutch to Spanish

terechtkomen:

terechtkomen verb (kom terecht, komt terecht, kwam terecht, kwamen terecht, terechtgekomen)

  1. terechtkomen (belanden; geraken; verzeilen)
  2. terechtkomen (treffen; raken)
  3. terechtkomen (landen; neerkomen; op de grond komen)

Conjugations for terechtkomen:

o.t.t.
  1. kom terecht
  2. komt terecht
  3. komt terecht
  4. komen terecht
  5. komen terecht
  6. komen terecht
o.v.t.
  1. kwam terecht
  2. kwam terecht
  3. kwam terecht
  4. kwamen terecht
  5. kwamen terecht
  6. kwamen terecht
v.t.t.
  1. ben terechtgekomen
  2. bent terechtgekomen
  3. is terechtgekomen
  4. zijn terechtgekomen
  5. zijn terechtgekomen
  6. zijn terechtgekomen
v.v.t.
  1. was terechtgekomen
  2. was terechtgekomen
  3. was terechtgekomen
  4. waren terechtgekomen
  5. waren terechtgekomen
  6. waren terechtgekomen
o.t.t.t.
  1. zal terechtkomen
  2. zult terechtkomen
  3. zal terechtkomen
  4. zullen terechtkomen
  5. zullen terechtkomen
  6. zullen terechtkomen
o.v.t.t.
  1. zou terechtkomen
  2. zou terechtkomen
  3. zou terechtkomen
  4. zouden terechtkomen
  5. zouden terechtkomen
  6. zouden terechtkomen
diversen
  1. kom terecht!
  2. komt terecht!
  3. terechtgekomen
  4. terechtkomend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

terechtkomen [znw.] noun

  1. terechtkomen (landing; val)
    el aterrizaje; el descenso; la baja; la bajada

Translation Matrix for terechtkomen:

NounRelated TranslationsOther Translations
acabar afmaken; afwerken
aterrizaje landing; terechtkomen; val
baja landing; terechtkomen; val achteruitgang; deflatie; depressie; drukminimum; inzakking; inzinking; korting; lagedrukgebied; malaise; ontslagaanvraag; opzeggen; opzegging; prijsdaling; prijsverlaging; reductie; slapheid; slapte; uitschrijving; uittreding
bajada landing; terechtkomen; val afdaling; afname; daling; landing; minder worden; vermindering
descenso landing; terechtkomen; val afdaling; afname; daling; degradatie; landing; minder worden; terugzetting; verlaging; vermindering
salir heengaan; vertrekken; weggaan
VerbRelated TranslationsOther Translations
acabar belanden; geraken; terechtkomen; verzeilen afkrijgen; aflopen; afmaken; afronden; afsluiten; afwerken; beëindigen; completeren; een einde maken aan; eindigen; figureren; klaarkrijgen; klaarmaken; ledigen; leegdrinken; leegmaken; opdrinken; opgebruiken; ophouden; opkrijgen; opmaken; stoppen; ten einde lopen; uitdrinken; uithebben; uitkrijgen; volbrengen; volmaken; voltooien
arribar landen; neerkomen; op de grond komen; terechtkomen
ir a parar belanden; geraken; terechtkomen; verzeilen
ir a parar en raken; terechtkomen; treffen
llegar belanden; geraken; landen; neerkomen; op de grond komen; terechtkomen; verzeilen aankomen; afsluiten; arriveren; betreden; beëindigen; binnengaan; binnenkomen; binnenlopen; binnenstappen; binnentreden; een einde maken aan; eindigen; finishen; geraken; ingaan; ophouden; stoppen; terecht komen; uithebben; uitkrijgen
llegar a raken; terechtkomen; treffen bereiken; doordringen; komen tot; penetreren in; reiken
resultar belanden; geraken; terechtkomen; verzeilen aan het licht komen; bewaarheid worden; blijken; conveniëren; deugen; geschikt zijn; ontspringen; ontspruiten; ontstaan uit; passen; passend zijn; uitbotten; uitkomen; uitlopen; verschijnen; voor de dag komen; voordoen; voortkomen uit
salir belanden; geraken; terechtkomen; verzeilen afhaken; afreizen; afsluiten; afvallen; afzeggen; afzien van; bewaarheid worden; blijken; conveniëren; de hort op gaan; de plaat poetsen; deugen; eruit gaan; eruitgaan; eruitstappen; ervandoor gaan; extraheren; gaan; geschikt zijn; heengaan; hem smeren; loskomen; loskrijgen; losmaken; lostornen; naar de vijand overlopen; ontglippen; ontkomen; ontslagen worden; ontsnappen aan; ontvluchten; op vrije voeten gesteld worden; opbreken; opgeven; ophouden; opstappen; passen; passend zijn; reizen; rondreizen; smeren; stappen; stoppen; tornen; trekken; uitgaan; uithalen; uitkomen; uitrijden; uitstappen; uittrekken; verdwijnen; verlaten; vertrekken; verwijderen; vluchten; vooraan staan; vooruitspringen; vooruitsteken; vrijkomen; weggaan; wegkomen; weglopen; wegreizen; wegrennen; wegtrekken; zich uit de voeten maken; zich vrijmaken; zwerven
venir a parar belanden; geraken; terechtkomen; verzeilen
OtherRelated TranslationsOther Translations
salir uitkomen; uitstromen

Wiktionary Translations for terechtkomen:

terechtkomen
verb
  1. uiteindelijk, vaak per ongeluk, ergens geraken

Cross Translation:
FromToVia
terechtkomen llegar; conseguir; ocurrir; tener éxito; acertar; lograr; acontecer arriverparvenir à destination. — note Sans complément, on sous-entend que la destination est le lieu où se tient le locuteur.

External Machine Translations:

Related Translations for terechtkomen