Summary
French to Dutch:   more detail...
  1. gril:
  2. Wiktionary:
Dutch to French:   more detail...
  1. gril:
  2. grillen:
  3. Wiktionary:


French

Detailed Translations for gril from French to Dutch

gril:

gril [le ~] noun

  1. le gril
    de grill
  2. le gril
    de rooster; braadrooster

Translation Matrix for gril:

NounRelated TranslationsOther Translations
braadrooster gril
grill gril
rooster gril barreaux; barrières; clôture; emploi du temps; grillage; grille; grille des horaires; horaire; lattis; palissade; tableau de service; treillage; treillis
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
rooster feuille de temps

Synonyms for "gril":

  • rôtissoire; barbecue; brasero; grilloir

Wiktionary Translations for gril:

gril
noun
  1. (cuisine) ustensile de cuisine qui est fait de plusieurs lames de fer parallèles, fixer à quelque distance l’une de l’autre, et sur lequel on fait rôtir de la viande ou du poisson. par ext|fr Toute surface pour la cuisson vive des aliments sans corps gra

Related Translations for gril



Dutch

Detailed Translations for gril from Dutch to French

gril:

gril [de ~ (m)] noun

  1. de gril (nuk; luim; kuur; bui)
    le caprice; l'humeur

Translation Matrix for gril:

NounRelated TranslationsOther Translations
caprice bui; gril; kuur; luim; nuk aanval; bevlieging; bokkensprong; capriool; frats; gekke streek; opwelling; rare streek; vlaag
humeur bui; gril; kuur; luim; nuk bui; confessie; geestesgesteldheid; geloof; geloofsovertuiging; gemoedsaard; gemoedsgesteldheid; gemoedsstemming; gemoedstoestand; gezindheid; gezindte; humeur; inborst; instelling; psychische toestand; stemming; temperament

Related Words for "gril":


Wiktionary Translations for gril:

gril
noun
  1. idée fixe

Cross Translation:
FromToVia
gril bizarrerie; excentricité; maniérisme quirk — idiosyncrasy
gril caprice whim — fanciful impulse

gril form of grillen:

grillen verb (gril, grilt, grilde, grilden, gegrild)

  1. grillen (barbecuen; roosteren; grilleren)
    griller au barbecue; griller; rôtir; faire cuire; frire; poêler
    • griller verb (grille, grilles, grillons, grillez, )
    • rôtir verb (rôtis, rôtit, rôtissons, rôtissez, )
    • frire verb (fris, frit, frisons, frisez, )
    • poêler verb (poêle, poêles, poêlons, poêlez, )

Conjugations for grillen:

o.t.t.
  1. gril
  2. grilt
  3. grilt
  4. grillen
  5. grillen
  6. grillen
o.v.t.
  1. grilde
  2. grilde
  3. grilde
  4. grilden
  5. grilden
  6. grilden
v.t.t.
  1. heb gegrild
  2. hebt gegrild
  3. heeft gegrild
  4. hebben gegrild
  5. hebben gegrild
  6. hebben gegrild
v.v.t.
  1. had gegrild
  2. had gegrild
  3. had gegrild
  4. hadden gegrild
  5. hadden gegrild
  6. hadden gegrild
o.t.t.t.
  1. zal grillen
  2. zult grillen
  3. zal grillen
  4. zullen grillen
  5. zullen grillen
  6. zullen grillen
o.v.t.t.
  1. zou grillen
  2. zou grillen
  3. zou grillen
  4. zouden grillen
  5. zouden grillen
  6. zouden grillen
en verder
  1. is gegrild
  2. zijn gegrild
diversen
  1. gril!
  2. grilt!
  3. gegrild
  4. grillend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for grillen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
faire cuire barbecuen; grillen; grilleren; roosteren bakken; braden; eten bereiden; koken; kokkerellen
frire barbecuen; grillen; grilleren; roosteren bakken
griller barbecuen; grillen; grilleren; roosteren bakken; blakeren; branden; traliën; verschroeien; verzengen; zengen
griller au barbecue barbecuen; grillen; grilleren; roosteren
poêler barbecuen; grillen; grilleren; roosteren bakken
rôtir barbecuen; grillen; grilleren; roosteren bakken; braden

Related Words for "grillen":


Wiktionary Translations for grillen:


Cross Translation:
FromToVia
grillen rôtir roast — to cook food by heating in an oven or fire
grillen griller toast — to lightly cook in a kitchen appliance