Dutch

Detailed Translations for dikker worden from Dutch to German

dikker worden:

dikker worden verb

  1. dikker worden (geconcentreerder worden; stollen)
    eindicken; verdicken; einkochen
    • eindicken verb (dicke ein, dickst ein, dickt ein, dickte ein, dicktet ein, eingedickt)
    • verdicken verb (verdicke, verdickst, verdickt, verdickte, verdicktet, verdickt)
    • einkochen verb (koche ein, kochst ein, kocht ein, kochte ein, kochtet ein, eingekocht)
  2. dikker worden (verdikken)
    verdicken; einkochen; eindicken; kondensieren; eindampfen; evaporieren
    • verdicken verb (verdicke, verdickst, verdickt, verdickte, verdicktet, verdickt)
    • einkochen verb (koche ein, kochst ein, kocht ein, kochte ein, kochtet ein, eingekocht)
    • eindicken verb (dicke ein, dickst ein, dickt ein, dickte ein, dicktet ein, eingedickt)
    • kondensieren verb (kondensiere, kondensierst, kondensiert, kondensierte, kondensiertet, kondensiert)
    • eindampfen verb (dampfe ein, dampfst ein, dampft ein, dampfte ein, dampftet ein, eingedampft)
    • evaporieren verb (evaporiere, evaporierst, evaporiert, evaporierte, evaporiertet, evaporiert)
  3. dikker worden (zwaarder worden; aankomen)
    zunehmen; dicker und schwerder werden

Translation Matrix for dikker worden:

VerbRelated TranslationsOther Translations
dicker und schwerder werden aankomen; dikker worden; zwaarder worden
eindampfen dikker worden; verdikken
eindicken dikker worden; geconcentreerder worden; stollen; verdikken door koken dikker worden; indikken; stijf maken; stijven; verdikken; verstarren; verstenen; verstijven
einkochen dikker worden; geconcentreerder worden; stollen; verdikken behouden; bewaren; conserveren; door koken dikker worden; in blik conserveren; inblikken; indikken; inmaken; inpekelen; inzouten; opzouten; ruim overklassen; verdikken; zouten
evaporieren dikker worden; verdikken tot damp worden; verdampen; vervliegen
kondensieren dikker worden; verdikken condenseren
verdicken dikker worden; geconcentreerder worden; stollen; verdikken doen stollen; opstijven
zunehmen aankomen; dikker worden; zwaarder worden aangroeien; aanwassen; aanwinnen; aanzwellen; de hoogte ingaan; gedijen; groeien; groter worden; omhoog komen; omhoog rijzen; omhooggaan; omhoogstijgen; opzetten; rijzen; stijgen; talrijker maken; toenemen; tot damp worden; uitbreiden; verdampen; vergroten; vermeerderen; vervliegen

External Machine Translations:

Related Translations for dikker worden