Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. hebbeding:


Dutch

Detailed Translations for hebbeding from Dutch to German

hebbeding:

hebbeding [het ~] noun

  1. het hebbeding (snuisterij)
    der Nippes; die Nippsache

Translation Matrix for hebbeding:

NounRelated TranslationsOther Translations
Nippes hebbeding; snuisterij bijou; juweel; kiezel; kiezelsteen; sieraad; snuisterijen
Nippsache hebbeding; snuisterij bijou; juweel; kiezel; kiezelsteen; kleinigheid; sieraad; snuisterij; snuisterijen

Related Words for "hebbeding":

  • hebbedingen