Dutch

Detailed Translations for onhandigheid from Dutch to German

onhandigheid:

onhandigheid [de ~ (v)] noun

  1. de onhandigheid (onbeholpenheid)
    die Unbeholfenheit; die Ungeschicklichkeit; die Ungeschicktheit

Translation Matrix for onhandigheid:

NounRelated TranslationsOther Translations
Unbeholfenheit onbeholpenheid; onhandigheid
Ungeschicklichkeit onbeholpenheid; onhandigheid
Ungeschicktheit onbeholpenheid; onhandigheid

Related Words for "onhandigheid":


onhandig:

onhandig adj

  1. onhandig (onbeholpen; sukkelig; slungelig; )
  2. onhandig (stumperig; onbeholpen; stuntelig; )
  3. onhandig (slungelig; stuntelig)

Translation Matrix for onhandig:

Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
stümperhaft klungelig; links
ModifierRelated TranslationsOther Translations
abgespannt krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig afgemat; bleek; bleekjes; dodelijk vermoeid; doodmoe; doodop; hondsmoe; op; pips; slap; slapjes; wee; ziekelijk; zwak
bäuerisch krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig aanmatigend; banaal; bot; dorps; grof; laag-bij-de-grond; lomp; onbehouwen; onbeschaafd; onbeschaamd; onbeschoft; ongegeneerd; ongelikt; onopgevoed; plat; platvloers; respectloos; schunnig; triviaal; vunzig
dünn krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig armzalig; dun; fijn; fijngebouwd; geen vet op de botten hebbende; iel; ijl; karig; mager; pover; rank; schamel; schraal; schriel; slank; slap; spichtig; sprieterig; subtiel; tenger; van geringe dichtheid; waterachtig; waterig
eckig krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig hoekig; kantig; meedogenloos; met hoeken; scherp; scherpgerand; wreed
entspannt krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig
flau krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig armzalig; breekbaar; broos; dof; flauw; flets; fragiel; gammel; grauwkleurig; grijs; karig; krakkemikkig; kwetsbaar; laf; lijzig; log; loom; mager; mat; mistig; nevelachtig; niet helder; onduidelijk; onhelder; pover; schamel; schraal; smakeloos; teer; vaag; vagelijk; wankel; wazig; zonder smaak; zonder zout; zouteloos; zoutloos; zwak
flegelhaft krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig aanmatigend; boers; bot; brutaal; dorps; hondsbrutaal; hufterig; lomp; onbehoorlijk; onbehouwen; onbeleefd; onbeschaafd; onbeschaamd; onbeschoft; ongegeneerd; ongemanierd; onhoffelijk; onopgevoed; respectloos; vlegelachtig; vrijpostig
gebrechlich krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig arm; armzalig; bleekjes; breekbaar; broos; dun; fragiel; gammel; geen vet op de botten hebbende; iel; inferieur; karig; krakkemikkig; kwetsbaar; mager; minderwaardig; ondermaats; ondeugdelijk; pips; pover; schamel; schraal; schriel; slap; slapjes; slecht; teer; tweederangs; wankel; wee; ziekelijk; zwak
grob krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig aanmatigend; afgedempt; banaal; barbaars; beestachtig; bot; brutaal; bruut; dierlijk; dorps; gedempt; godgeklaagd; grof; grofgebouwd; hard; hardhandig; heftig; hemeltergend; honds; hondsbrutaal; inhumaan; laag-bij-de-grond; log; lomp; meedogenloos; monsterlijk; niet helder; onbeheerst; onbehouwen; onbeschaafd; onbeschaamd; onbeschoft; onduidelijk; ongegeneerd; ongepast; onhebbelijk; onheus; onkies; onmenselijk; onopgevoed; onsierlijk van gedaante; onstuimig; onvertogen; onvriendelijk; onzacht; plat; platvloers; plomp; respectloos; ruw; schunnig; ten hemel schreiend; triviaal; vaag; verkeerd; verregaand; vervaagd; vrijpostig; vunzig; weggezakt in het geheugen; wreed; zeer ergerlijk
grobschlächtig krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig aanmatigend; bot; dorps; grofgebouwd; lomp; onbehouwen; onbeleefd; onbeschaafd; onbeschaamd; onbeschoft; ongegeneerd; ongelikt; ongemanierd; onopgevoed; respectloos
hilflos gebrekkig; knullig; krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig armzalig; bleekjes; breekbaar; broos; delicaat; fijn; fijngevoelig; fragiel; frèle; hulpeloos; iel; karig; kwetsbaar; mager; pips; pover; schamel; schraal; slap; slapjes; teder; teer; tenger; wee; weerloos; ziekelijk; zwak
hinfällig krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig aftands; arm; armetierig; armzalig; berooid; bleekjes; breekbaar; broos; fragiel; gammel; inferieur; karig; krakkemikkig; krakkemikkige; kwetsbaar; kwijnend; mager; minderwaardig; ondermaats; ondeugdelijk; onooglijk; pips; pover; schamel; schraal; slap; slapjes; slecht; teer; tweederangs; verlopen; wankel; wee; wrak; ziekelijk; zwak
kantig krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig gekarteld; getand; hoekig; kantig; meedogenloos; puntig; scherp; scherp gepunt; scherpgerand; wreed
kraftlos krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig bleekjes; dood; energieloos; futloos; geesteloos; hulpeloos; krachteloos; lamlendig; landerig; levenloos; lusteloos; niet bezield; onbezield; onmachtig; pips; slap; slapjes; wee; weerloos; ziekelijk; zwak
krankhaft krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig pathologisch; ziekelijk
kränklich krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig armzalig; bleekjes; breekbaar; broos; dun; fragiel; gammel; geen vet op de botten hebbende; iel; karig; krakkemikkig; kwetsbaar; mager; menstruerend; ongesteld; ongezond; pips; pover; schamel; schraal; schriel; slap; slapjes; sukkelend; teer; wankel; wee; ziekelijk; ziekjes; zwak
lahm krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig bleekjes; futloos; kreupel; lam; lamlendig; lusteloos; mank; mat; pips; slap; slapjes; verlamd; wee; ziekelijk; zwak
lasch krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig laks
lustlos krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig bleekjes; energieloos; flauw; flauwtjes; futloos; hangerig; lamlendig; landerig; lijzig; log; loom; lusteloos; mat; pips; slap; slapjes; wee; ziekelijk; zwak; zwakjes
lästig krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig afgezaagd; bezwaarlijk; delicaat; ellendig; gegeneerd; hachelijk; hinder veroorzakend; hinderlijk; kritiek; langdraadig; langwijlig; lastig; lastige; melig; met bezwaren; naar; netelig; niet schikkend; onaangenaam; oncomfortabel; ongelegen; ongemakkelijk; ongerieflijk; onplezierig; onverkwikkelijk; opgelaten; penibel; precair; rot; saai; storend; vervelend
mißlich krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig delicaat; gevaarlijk; gewaagd; hachelijk; kritiek; lastig; netelig; ongemakkelijk; opgelaten; penibel; precair; risicovol; riskant
schlacksig gebrekkig; knullig; krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig
schlaff krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig armzalig; bleekjes; doezelig; dof; dood; flets; futloos; gammel; geesteloos; karig; krachteloos; krakkemikkig; lamlendig; levenloos; lusteloos; mager; mat; niet bezield; niet helder; onbezield; pips; pover; schamel; schraal; slap; slapjes; soezerig; suf; wankel; wee; ziekelijk; zwak
schlapp krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig armzalig; bleekjes; dof; energieloos; flauw; flets; futloos; gammel; karig; krachteloos; krakkemikkig; kwabbig; lamlendig; landerig; lijzig; lillend; log; loom; lusteloos; mager; mat; niet helder; pips; pover; schamel; schraal; slap; slapjes; smakeloos; wankel; wee; ziekelijk; zonder smaak; zwak
schwerfällig krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig aanmatigend; bezadigd; bot; dorps; gezapig; houterig; in details; langzaam; lijzig; log; lomp; loom; onbehouwen; onbeschaafd; onbeschaamd; onbeschoft; ongegeneerd; onopgevoed; respectloos; sloom; stijf; stijve; stram; stroef; traag; traag van begrip; uitgewerkt
schwächlich krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig armzalig; bleekjes; breekbaar; broos; debiel; delicaat; dement; fijn; fijngevoelig; fragiel; frèle; gammel; idioot; iel; imbeciel; karig; krakkemikkig; kwetsbaar; mager; matig; middelmatig; min; niet al te best; onbeduidend; pips; ploertig; pover; schamel; schraal; slap; slapjes; teder; teer; tenger; wankel; wee; ziekelijk; zwak; zwakjes; zwakzinnig
stelzbeinig krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig harkerig; houterig; met grote passen; stijf; stijve; stram; stroef
stümperhaft gebrekkig; knullig; krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig klungelig; stumperig
taktlos krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig amoreel; boers; brutaal; hondsbrutaal; hufterig; immoreel; indiscreet; lomp; onbehoorlijk; onbehouwen; onbeleefd; onbeschaafd; onbescheiden; onbeschoft; ongemanierd; onhebbelijk; onhoffelijk; ontactisch; onvriendelijk; onzedelijk; onzedig; tactloos; vrijpostig; zedeloos
tapprig krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig
tapsig krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig
täppisch krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig aanmatigend; bot; dorps; lomp; onbehouwen; onbeschaafd; onbeschaamd; onbeschoft; ongegeneerd; onopgevoed; respectloos
tölpelhaft gebrekkig; knullig; krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig aanmatigend; bot; dorps; lomp; onbehouwen; onbeschaafd; onbeschaamd; onbeschoft; ongegeneerd; onopgevoed; respectloos; stoethaspelig
umbequem krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig gegeneerd; oncomfortabel; ongemakkelijk; ongerieflijk; opgelaten
unbehaglich krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig gegeneerd; onbehaaglijk; oncomfortabel; ongemakkelijk; ongerieflijk; onwennig; opgelaten
unbeholfen gebrekkig; knullig; krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig
ungehobelt gebrekkig; knullig; krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig aanmatigend; bot; dorps; grof; laag-bij-de-grond; lomp; onbehouwen; onbeleefd; onbeschaafd; onbeschaamd; onbeschoft; ongegeneerd; ongelikt; ongemanierd; onopgevoed; plat; platvloers; respectloos; schunnig; vunzig
ungelenk gebrekkig; knullig; krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig
ungeschickt gebrekkig; knullig; krukkig; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig aanmatigend; bot; dorps; lomp; onbehouwen; onbeschaafd; onbeschaamd; onbeschoft; ongegeneerd; onopgevoed

Related Words for "onhandig":

  • onhandigheid, onhandiger, onhandigere, onhandigst, onhandigste, onhandige

Wiktionary Translations for onhandig:

onhandig
adjective
  1. bezogen auf Finger, Hände: ungeschickt, ungelenk

Cross Translation:
FromToVia
onhandig ungeschickt; tölpelhaft; unbeholfen awkward — lacking dexterity in the use of the hands
onhandig tollpatschig; ungeschickt; unbeholfen; schwerfällig; plump; klobig clumsy — awkward, lacking coordination, not graceful, not dextrous
onhandig tollpatschig; ungeschickt; klobig; plump clumsy — not elegant or well-planned
onhandig umständlich; sperrig cumbersome — not easily managed or handled; awkward
onhandig dämlich gormless — lacking intelligence
onhandig plump; unbeholfen ham-fisted — lacking skill in physical movement
onhandig unbrauchbar; unnütz; unpraktisch; untauglich impractical — not practical

External Machine Translations: