Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. knooppunt:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for knooppunt from Dutch to English

knooppunt:

knooppunt [het ~] noun

  1. het knooppunt (verkeersknooppunt; kruispunt)
    the junction; the intersection; the crossing
  2. het knooppunt
    the node
    – A location in a hierarchy (often a tree structure) that can have links to one or more nodes below it. 1
  3. het knooppunt
    the node
    – For local area networks (LANs), a device that is connected to the network and is capable of communicating with other network devices. 1
  4. het knooppunt
    the node
    – For failover clusters or server clusters, a computer system that is an active or inactive member of the cluster. 1

Translation Matrix for knooppunt:

NounRelated TranslationsOther Translations
crossing knooppunt; kruispunt; verkeersknooppunt kruising; kruising van straten; kruispunt; oversteek; oversteekplaats; overtocht; overvaart; punt waar lijnen elkaar kruisen; splitsing; voetgangersoversteekplaats; wegkruising; wegsplitsing; zebrapad
intersection knooppunt; kruispunt; verkeersknooppunt kruising; kruising van straten; kruispunt; punt waar lijnen elkaar kruisen; snijding; snijpunt; splitsing; tweesprongen; wegkruising; wegsplitsing
junction knooppunt; kruispunt; verkeersknooppunt aaneenkoppeling; aaneensluiting; aansluiting; affaire; avontuurtje; band; connectie; koppeling; kruising; kruispunt; liaison; link; punt waar lijnen elkaar kruisen; relatie; samenhang; samenstroming; samenvloeiing; slippertje; verband; verbinding; verhouding
node knooppunt
ModifierRelated TranslationsOther Translations
crossing kruisend

Related Words for "knooppunt":

  • knooppunten

Wiktionary Translations for knooppunt:

knooppunt
noun
  1. a place where two things meet
  2. a computer networking device

Cross Translation:
FromToVia
knooppunt knot; knuckle; node; nub nœud — À classer
knooppunt interchange échangeur — échangeur autoroutier

External Machine Translations: