Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. mesten:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for mestte from Dutch to Spanish

mesten:

mesten verb (mest, mestte, mestten, gemest)

  1. mesten (vetmesten)
  2. mesten (vetmesten)
    cebar
  3. mesten

Conjugations for mesten:

o.t.t.
  1. mest
  2. mest
  3. mest
  4. mesten
  5. mesten
  6. mesten
o.v.t.
  1. mestte
  2. mestte
  3. mestte
  4. mestten
  5. mestten
  6. mestten
v.t.t.
  1. heb gemest
  2. hebt gemest
  3. heeft gemest
  4. hebben gemest
  5. hebben gemest
  6. hebben gemest
v.v.t.
  1. had gemest
  2. had gemest
  3. had gemest
  4. hadden gemest
  5. hadden gemest
  6. hadden gemest
o.t.t.t.
  1. zal mesten
  2. zult mesten
  3. zal mesten
  4. zullen mesten
  5. zullen mesten
  6. zullen mesten
o.v.t.t.
  1. zou mesten
  2. zou mesten
  3. zou mesten
  4. zouden mesten
  5. zouden mesten
  6. zouden mesten
en verder
  1. ben gemest
  2. bent gemest
  3. is gemest
  4. zijn gemest
  5. zijn gemest
  6. zijn gemest
diversen
  1. mest!
  2. mest!
  3. gemest
  4. mestend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for mesten:

VerbRelated TranslationsOther Translations
cebar mesten; vetmesten
engordar mesten; vetmesten aandoen; aanmaken; aanzetten; inschakelen; motiveren; starten; uitbuiken; uitzakken
estercolar mesten; vetmesten bemesten; gieren; hard lachen
fertilizar mesten; vetmesten bemesten; gieren; hard lachen
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
engorde mesten

Related Words for "mesten":


Wiktionary Translations for mesten:


Cross Translation:
FromToVia
mesten adelantar; mejorar; abonar amendercorriger, améliorer, rendre meilleur.

External Machine Translations: