Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. geklonken:
  2. klinken:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for geklonken from Dutch to French

geklonken:

geklonken adj

  1. geklonken (vastgeklonken)

Translation Matrix for geklonken:

ModifierRelated TranslationsOther Translations
riveté geklonken; vastgeklonken
rivé geklonken; vastgeklonken

geklonken form of klinken:

klinken verb (klink, klinkt, klonk, klonken, geklonken)

  1. klinken (klank voortbrengen; luiden)
    résonner; gazouiller
    • résonner verb (résonne, résonnes, résonnons, résonnez, )
    • gazouiller verb (gazouille, gazouilles, gazouillons, gazouillez, )
  2. klinken (spijkeren; vastnagelen; timmeren; vastspijkeren; vastslaan)
    clouer; river; riveter
    • clouer verb (cloue, cloues, clouons, clouez, )
    • river verb (rive, rives, rivons, rivez, )
    • riveter verb (rivette, rivettes, rivetons, rivetez, )
  3. klinken (vastklinken)
    river; coller à; clouer
    • river verb (rive, rives, rivons, rivez, )
    • coller à verb
    • clouer verb (cloue, cloues, clouons, clouez, )

Conjugations for klinken:

o.t.t.
  1. klink
  2. klinkt
  3. klinkt
  4. klinken
  5. klinken
  6. klinken
o.v.t.
  1. klonk
  2. klonk
  3. klonk
  4. klonken
  5. klonken
  6. klonken
v.t.t.
  1. heb geklonken
  2. hebt geklonken
  3. heeft geklonken
  4. hebben geklonken
  5. hebben geklonken
  6. hebben geklonken
v.v.t.
  1. had geklonken
  2. had geklonken
  3. had geklonken
  4. hadden geklonken
  5. hadden geklonken
  6. hadden geklonken
o.t.t.t.
  1. zal klinken
  2. zult klinken
  3. zal klinken
  4. zullen klinken
  5. zullen klinken
  6. zullen klinken
o.v.t.t.
  1. zou klinken
  2. zou klinken
  3. zou klinken
  4. zouden klinken
  5. zouden klinken
  6. zouden klinken
diversen
  1. klink!
  2. klinkt!
  3. geklonken
  4. klinkend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for klinken:

NounRelated TranslationsOther Translations
river inklinking; inklinking van bout; klink
VerbRelated TranslationsOther Translations
clouer klinken; spijkeren; timmeren; vastklinken; vastnagelen; vastslaan; vastspijkeren aanklampen; aanslaan; beetgrijpen; beetpakken; grijpen; taxeren; vastklampen; vastpakken
coller à klinken; vastklinken aanhangen; aanklampen; aankleven; aankoppelen; beetgrijpen; beetpakken; grijpen; vastklampen; vastkoppelen; vastpakken
gazouiller klank voortbrengen; klinken; luiden bazelen; fluisteren; knisperen; kwelen; kwetteren; kwinkeleren; lallen; lispelen; ritselen; sissen; tjilpen; wauwelen
river klinken; spijkeren; timmeren; vastklinken; vastnagelen; vastslaan; vastspijkeren
riveter klinken; spijkeren; timmeren; vastnagelen; vastslaan; vastspijkeren
résonner klank voortbrengen; klinken; luiden echoën; galmen; herhalen; hoorbaar zijn; kletteren; met krachtige stem zingen; nabouwen; naklinken; napraten; nazeggen; rammelen; reflecteren; resoneren; schallen; stuiten; terugkaatsen; terugstoten; weergalmen; weerkaatsen; weerklinken; weerschallen

Related Words for "klinken":


Synonyms for "klinken":


Related Definitions for "klinken":

  1. een geluid laten horen1
    • zijn stem klinkt verkouden1
  2. eraan vastmaken1
    • de platen werden aan elkaar geklonken1
  3. je glas tegen dat van iemand anders tikken om geluk te wensen1
    • om 12 uur klonken we met elkaar1

Wiktionary Translations for klinken:

klinken
Cross Translation:
FromToVia
klinken sonner klingeln — etwas schrillen lassen
klinken être perçant; rendre un son aigu; retentir schrillen(intransitiv) einen hohen, grellen und sehr lauten Ton erzeugen
klinken sonner ring — to produce the sound of a bell or a similar sound
klinken sonner sound — to produce a sound