Summary


Dutch

Detailed Translations for ongebondenheid from Dutch to French

ongebondenheid:

ongebondenheid [de ~ (v)] noun

  1. de ongebondenheid (vrijheid)
    la liberté; l'indépendance

Translation Matrix for ongebondenheid:

NounRelated TranslationsOther Translations
indépendance ongebondenheid; vrijheid onafhankelijkheid; zelfstandigheid
liberté ongebondenheid; vrijheid

Related Words for "ongebondenheid":


ongebonden:


Translation Matrix for ongebonden:

NounRelated TranslationsOther Translations
célibataire alleenstaande; vrijgezel
ModifierRelated TranslationsOther Translations
célibataire alleenstaand; ongebonden; vrijgezel alleenstaand; ongehuwd; ongetrouwd; single
débridé bandeloos; losbandig; ongebonden; ongebreideld; vrij onbedaarlijk; onbedwingbaar; ongetoomd; onstuimig; teugelloos; uitzinnig
déréglé bandeloos; losbandig; ongebonden; ongebreideld; vrij ongeregeld; regelloos
effréné bandeloos; losbandig; ongebonden; ongebreideld; vrij achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot
indiscipliné bandeloos; losbandig; ongebonden; ongebreideld; vrij bandeloos; losbandig; ongedisciplineerd; ongehoorzaam; ongezeglijk; tuchteloos; verwilderd; vrijgevochten
indomptable bandeloos; losbandig; ongebonden; ongebreideld; vrij onbedaarlijk; onbedwingbaar; onstuimig; ontembaar; uitzinnig
ingouvernable bandeloos; losbandig; ongebonden; ongebreideld; vrij onbedaarlijk; onbedwingbaar; onbestuurbaar; onstuimig; uitzinnig
irrépressible bandeloos; losbandig; ongebonden; ongebreideld; vrij onbedaarlijk; onbedwingbaar; onstuimig; uitzinnig
sans discipline bandeloos; losbandig; ongebonden; ongebreideld; vrij losbandig; ongedisciplineerd; tuchteloos
sans frein bandeloos; losbandig; ongebonden; ongebreideld; vrij onbedaarlijk; onbedwingbaar; ongedisciplineerd; onstuimig; uitzinnig

Related Words for "ongebonden":


Wiktionary Translations for ongebonden:

ongebonden
adjective
  1. Non serré