Dutch

Detailed Translations for schakeren from Dutch to French

schakeren:

schakeren [znw.] noun

  1. schakeren

schakeren verb (schakeer, schakeert, schakeerde, schakeerden, geschakeerd)

  1. schakeren (onderscheid aanbrengen in; nuanceren)
    moduler; nuancer; apporter une distinction dans
    • moduler verb (module, modules, modulons, modulez, )
    • nuancer verb (nuance, nuances, nuançons, nuancez, )

Conjugations for schakeren:

o.t.t.
  1. schakeer
  2. schakeert
  3. schakeert
  4. schakeeren
  5. schakeeren
  6. schakeeren
o.v.t.
  1. schakeerde
  2. schakeerde
  3. schakeerde
  4. schakeerden
  5. schakeerden
  6. schakeerden
v.t.t.
  1. heb geschakeerd
  2. hebt geschakeerd
  3. heeft geschakeerd
  4. hebben geschakeerd
  5. hebben geschakeerd
  6. hebben geschakeerd
v.v.t.
  1. had geschakeerd
  2. had geschakeerd
  3. had geschakeerd
  4. hadden geschakeerd
  5. hadden geschakeerd
  6. hadden geschakeerd
o.t.t.t.
  1. zal schakeren
  2. zult schakeren
  3. zal schakeren
  4. zullen schakeren
  5. zullen schakeren
  6. zullen schakeren
o.v.t.t.
  1. zou schakeren
  2. zou schakeren
  3. zou schakeren
  4. zouden schakeren
  5. zouden schakeren
  6. zouden schakeren
en verder
  1. ben geschakeerd
  2. bent geschakeerd
  3. is geschakeerd
  4. zijn geschakeerd
  5. zijn geschakeerd
  6. zijn geschakeerd
diversen
  1. schakeer!
  2. schakeert!
  3. geschakeerd
  4. schakerende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for schakeren:

NounRelated TranslationsOther Translations
modulation schakeren
variation des couleurs schakeren
VerbRelated TranslationsOther Translations
apporter une distinction dans nuanceren; onderscheid aanbrengen in; schakeren
moduler nuanceren; onderscheid aanbrengen in; schakeren
nuancer nuanceren; onderscheid aanbrengen in; schakeren nuanceren

Related Words for "schakeren":


schaker:

schaker [de ~ (m)] noun

  1. de schaker (schaakspeler)

Translation Matrix for schaker:

NounRelated TranslationsOther Translations
joueur d'échecs schaakspeler; schaker

Related Words for "schaker":


Wiktionary Translations for schaker:


Cross Translation:
FromToVia
schaker joueur d’échecs; joueuse d’échecs chess player — a person who plays chess

External Machine Translations: