Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. doorponsen:


Dutch

Detailed Translations for doorponsen from Dutch to Swedish

doorponsen:

doorponsen verb (doorpons, doorponst, doorponste, doorponsten, doorgeponst)

  1. doorponsen (ponsen; stansen)
    klippa; stansa; stampa; slå hål i med puns
    • klippa verb (klippar, klippade, klippat)
    • stansa verb (stansar, stansade, stansat)
    • stampa verb (stampar, stampade, stampat)
    • slå hål i med puns verb (slår hål i med puns, slog hål i med puns, slagit hål i med puns)

Conjugations for doorponsen:

o.t.t.
  1. doorpons
  2. doorponst
  3. doorponst
  4. doorponsen
  5. doorponsen
  6. doorponsen
o.v.t.
  1. doorponste
  2. doorponste
  3. doorponste
  4. doorponsten
  5. doorponsten
  6. doorponsten
v.t.t.
  1. heb doorgeponst
  2. hebt doorgeponst
  3. heeft doorgeponst
  4. hebben doorgeponst
  5. hebben doorgeponst
  6. hebben doorgeponst
v.v.t.
  1. had doorgeponst
  2. had doorgeponst
  3. had doorgeponst
  4. hadden doorgeponst
  5. hadden doorgeponst
  6. hadden doorgeponst
o.t.t.t.
  1. zal doorponsen
  2. zult doorponsen
  3. zal doorponsen
  4. zullen doorponsen
  5. zullen doorponsen
  6. zullen doorponsen
o.v.t.t.
  1. zou doorponsen
  2. zou doorponsen
  3. zou doorponsen
  4. zouden doorponsen
  5. zouden doorponsen
  6. zouden doorponsen
en verder
  1. is doorgeponst
  2. zijn doorgeponst
diversen
  1. doorpons!
  2. doorponst!
  3. doorgeponst
  4. doorponsend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for doorponsen:

NounRelated TranslationsOther Translations
klippa kei; klif; klip; rif; rock; rolsteen; scheer; steen; steile bodemverheffing; uitstekende rots
VerbRelated TranslationsOther Translations
klippa doorponsen; ponsen; stansen afsnijden; bewerken; een knippend geluid maken; met effect spelen; snijden; tekst redigeren
slå hål i med puns doorponsen; ponsen; stansen
stampa doorponsen; ponsen; stansen inhameren; instampen; zwaar stappen
stansa doorponsen; ponsen; stansen