Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. machteloos maken:


Dutch

Detailed Translations for machteloos maken from Dutch to Swedish

machteloos maken:

machteloos maken verb (maak machteloos, maakt machteloos, maakte machteloos, maakten machteloos, machteloos gemaakt)

  1. machteloos maken (krachteloos maken)
    förlama
    • förlama verb (förlamar, förlamade, förlamat)

Conjugations for machteloos maken:

o.t.t.
  1. maak machteloos
  2. maakt machteloos
  3. maakt machteloos
  4. maken machteloos
  5. maken machteloos
  6. maken machteloos
o.v.t.
  1. maakte machteloos
  2. maakte machteloos
  3. maakte machteloos
  4. maakten machteloos
  5. maakten machteloos
  6. maakten machteloos
v.t.t.
  1. heb machteloos gemaakt
  2. hebt machteloos gemaakt
  3. heeft machteloos gemaakt
  4. hebben machteloos gemaakt
  5. hebben machteloos gemaakt
  6. hebben machteloos gemaakt
v.v.t.
  1. had machteloos gemaakt
  2. had machteloos gemaakt
  3. had machteloos gemaakt
  4. hadden machteloos gemaakt
  5. hadden machteloos gemaakt
  6. hadden machteloos gemaakt
o.t.t.t.
  1. zal machteloos maken
  2. zult machteloos maken
  3. zal machteloos maken
  4. zullen machteloos maken
  5. zullen machteloos maken
  6. zullen machteloos maken
o.v.t.t.
  1. zou machteloos maken
  2. zou machteloos maken
  3. zou machteloos maken
  4. zouden machteloos maken
  5. zouden machteloos maken
  6. zouden machteloos maken
en verder
  1. ben machteloos gemaakt
  2. bent machteloos gemaakt
  3. is machteloos gemaakt
  4. zijn machteloos gemaakt
  5. zijn machteloos gemaakt
  6. zijn machteloos gemaakt
diversen
  1. maak machteloos!
  2. maakt machteloos!
  3. machteloos gemaakt
  4. machteloos makend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for machteloos maken:

VerbRelated TranslationsOther Translations
förlama krachteloos maken; machteloos maken krachteloos maken; lamleggen; ontwrichten; verlammen

External Machine Translations:

Related Translations for machteloos maken