Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. omturnen:


Dutch

Detailed Translations for omturnen from Dutch to Spanish

omturnen:

omturnen verb (turn om, turnt om, turnde om, turnden om, omgeturnd)

  1. omturnen (erg veranderen)

Conjugations for omturnen:

o.t.t.
  1. turn om
  2. turnt om
  3. turnt om
  4. turnen om
  5. turnen om
  6. turnen om
o.v.t.
  1. turnde om
  2. turnde om
  3. turnde om
  4. turnden om
  5. turnden om
  6. turnden om
v.t.t.
  1. ben omgeturnd
  2. bent omgeturnd
  3. is omgeturnd
  4. zijn omgeturnd
  5. zijn omgeturnd
  6. zijn omgeturnd
v.v.t.
  1. was omgeturnd
  2. was omgeturnd
  3. was omgeturnd
  4. waren omgeturnd
  5. waren omgeturnd
  6. waren omgeturnd
o.t.t.t.
  1. zal omturnen
  2. zult omturnen
  3. zal omturnen
  4. zullen omturnen
  5. zullen omturnen
  6. zullen omturnen
o.v.t.t.
  1. zou omturnen
  2. zou omturnen
  3. zou omturnen
  4. zouden omturnen
  5. zouden omturnen
  6. zouden omturnen
en verder
  1. heb omgeturnd
  2. hebt omgeturnd
  3. heeft omgeturnd
  4. hebben omgeturnd
  5. hebben omgeturnd
  6. hebben omgeturnd
diversen
  1. turn om!
  2. turnt om!
  3. omgeturnd
  4. omturnend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for omturnen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
hacer cambiar de opinión erg veranderen; omturnen bediscussiëren; bepraten; bespreken; doorpraten; doorspreken; ompraten; overhalen; overreden; overtuigen; praten over
persuadir erg veranderen; omturnen bediscussiëren; bepraten; bespreken; doorpraten; doorspreken; ompraten; overhalen; overreden; overtuigen; praten over

External Machine Translations: