Dutch

Detailed Translations for leiding from Dutch to English

leiding:

leiding [de ~ (v)] noun

  1. de leiding (bestuur; directie; beheer)
    the board of directors; the committee; the direction; the management; the board; the supervision; the board of managers; the wire; the cable
  2. de leiding (gedrag; besturing; houding; rijrichting; plan)
    the quotation; the stock price; the rate
    the value
    – the amount (of money or goods or services) that is considered to be a fair equivalent for something else 1
    • value [the ~] noun
      • he tried to estimate the value of the produce at normal prices1
    the price
    – The market value or exchange value of a product. 2
  3. de leiding (kabelleiding; kabel; geleiding)
    the cable; the wire
  4. de leiding (voorgaan; aanvoeren; aanvoering)
    the leading; the taking the lead; the lead; the command; the front position

Translation Matrix for leiding:

NounRelated TranslationsOther Translations
board beheer; bestuur; directie; leiding aandeel; deel; hoofdbestuur; kostgeld; lat; legbord; part; schroot; smalle plank
board of directors beheer; bestuur; directie; leiding college; directieteam; hoofdbestuur; managementteam; raad van beheer; raad van bestuur; raad van commissarissen; raad van toezicht
board of managers beheer; bestuur; directie; leiding
cable beheer; bestuur; directie; geleiding; kabel; kabelleiding; leiding elektrische geleiding; geleiding; kabel; kabeltouw; scheepskabel; telegram
command aanvoeren; aanvoering; leiding; voorgaan aanwijzing; autoriteit; beheersing; bevel; bevelschrift; commando; consigne; dienstorder; dwangbevel; gebod; gezag; heerschappij; instructie; macht; mate van bekwaamheid; opdracht; oppperbevel; order; taak; voorschrift
committee beheer; bestuur; directie; leiding comité; commissie; verenigingsbestuur
direction beheer; bestuur; directie; leiding aansturing; directie; koers; regie; richting; route
front position aanvoeren; aanvoering; leiding; voorgaan
lead aanvoeren; aanvoering; leiding; voorgaan aanknopingspunt; aanwijzing; elektrische geleiding; geleiding; lood; naaiplombe; plombe; potentiële klant; sales lead; spoor; tip; vingerwenk; vingerwijzing; voorsprong; wenk
leading aanvoeren; aanvoering; leiding; voorgaan besturen; interlinie; leidinggeven; regelafstand
management beheer; bestuur; directie; leiding bedrijfsleiding; bedrijfsvoering; beheer; bescherming; bestuur; bewaking; controle; hoede; management; politiek; toezicht; zeggenschap; zorg
price besturing; gedrag; houding; leiding; plan; rijrichting prijs
quotation besturing; gedrag; houding; leiding; plan; rijrichting aanhaling; citaat; notering; offerte; prijskaartje; prijsopgave
rate besturing; gedrag; houding; leiding; plan; rijrichting herleidingskoers; koers; tarief; valuta; wisselkoers
stock price besturing; gedrag; houding; leiding; plan; rijrichting
supervision beheer; bestuur; directie; leiding beheer; bescherming; bewaking; controle; hoede; overzien; supervisie; surveillance; toezicht; toezicht houden; zeggenschap; zorg
taking the lead aanvoeren; aanvoering; leiding; voorgaan
value besturing; gedrag; houding; leiding; plan; rijrichting belang; betekenis; herleidingskoers; koers; nut; valuta; waarde; wisselkoers; zin
wire beheer; bestuur; directie; geleiding; kabel; kabelleiding; leiding draad; elektrische geleiding; geleiding; ijzerdraad; kabel; kabeltouw; scheepskabel; telegram; tot draad getrokken ijzer
- bestuur
VerbRelated TranslationsOther Translations
board emballeren; enteren; herbergen; huisvesten; iemand onderdak verlenen; inpakken; inwikkelen; kartonneren; onderbrengen; onderdak geven; onderdak verschaffen; plaatsen; verpakken
cable bekabelen; telegraferen
command aanvoeren; besturen; bevel voeren over; bevelen; commanderen; decreteren; gebieden; gelasten; leiden; leiding geven; leidinggeven; managen; opdragen; verordenen; verordonneren; voorzitten
lead aanvoeren; begeleiden; besturen; in goede banen leiden; leiden; leiding geven; loden; managen; meevoeren; van loodglazuur voorzien; voeren; voorzitten
price prijzen; van een prijs voorzien
rate aanslaan; taxeren
value becijferen; berekenen; calculeren; uitrekenen; uitwerken
wire telegraferen
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
leading aanvoerend; befaamd; dominant; eerste; geacht; gezaghebbend; hooggeplaatst; hooggezeten; leidend; maatgevend; prominent; toonaangevend; vooraan; vooraanstaand; vooraanstaande; voorin; voornaam; voorop

Related Words for "leiding":


Synonyms for "leiding":


Related Definitions for "leiding":

  1. wie zegt wat er moet gebeuren3
    • de leiding van deze ploeg heeft een fout gemaakt3
  2. draad of buis waardoor iets een bepaalde richting uit gaat3
    • de waterleiding is bevroren3
  3. het zeggen wat er moet gebeuren3
    • hij geeft leiding aan deze ploeg3

Wiktionary Translations for leiding:

leiding
noun
  1. het bepalen wat een groep of organisatie behoort te doen
leiding
noun
  1. precedence; advance position
  2. act of leading or conducting
  3. a pipe, tube or canal which carries air or liquid from one place to another

Cross Translation:
FromToVia
leiding direction; command; management; leadership; conduct Führung — die Handlung, der Prozess/Prozeß oder die Tätigkeit, ein bewegliches Objekt oder eine Person/Personengruppe zu steuern, in eine Richtung oder ein Verhalten zu weisen oder zu führen
leiding lead Führung — ein zeitlicher und/oder räumlicher Vorsprung vor jemandem oder etwas besitzen
leiding direction; command; management; leadership; conduct Führung — das Recht oder die Rolle einer leitenden Person in einem Unternehmen, Leitungsaufgaben auszuführen, insbesondere zu personellen Maßnahmen, wie Arbeitseinteilung, Personaleinstellung und -entlassung
leiding custody; holding; storage; reign; rule; governance; regulation; ruling; ascendancy; ascendance; attendance tenue — Traductions à trier suivant le sens.

Related Translations for leiding



comments powered by Disqus