Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. dienst doen:


Dutch

Detailed Translations for dienst doen from Dutch to English

dienst doen:

dienst doen verb (doe dienst, doet dienst, deed dienst, deden dienst, dienst gedaan)

  1. dienst doen

Conjugations for dienst doen:

o.t.t.
  1. doe dienst
  2. doet dienst
  3. doet dienst
  4. doen dienst
  5. doen dienst
  6. doen dienst
o.v.t.
  1. deed dienst
  2. deed dienst
  3. deed dienst
  4. deden dienst
  5. deden dienst
  6. deden dienst
v.t.t.
  1. heb dienst gedaan
  2. hebt dienst gedaan
  3. heeft dienst gedaan
  4. hebben dienst gedaan
  5. hebben dienst gedaan
  6. hebben dienst gedaan
v.v.t.
  1. had dienst gedaan
  2. had dienst gedaan
  3. had dienst gedaan
  4. hadden dienst gedaan
  5. hadden dienst gedaan
  6. hadden dienst gedaan
o.t.t.t.
  1. zal dienst doen
  2. zult dienst doen
  3. zal dienst doen
  4. zullen dienst doen
  5. zullen dienst doen
  6. zullen dienst doen
o.v.t.t.
  1. zou dienst doen
  2. zou dienst doen
  3. zou dienst doen
  4. zouden dienst doen
  5. zouden dienst doen
  6. zouden dienst doen
diversen
  1. doe dienst!
  2. doet dienst!
  3. dienst gedaan
  4. dienst doende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for dienst doen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
be on duty dienst doen

External Machine Translations:

Related Translations for dienst doen