Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. opgeknapt:
  2. opknappen:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for opgeknapt from Dutch to English

opgeknapt:

opgeknapt adj

  1. opgeknapt (opgekikkerd)

Translation Matrix for opgeknapt:

ModifierRelated TranslationsOther Translations
cheered up opgekikkerd; opgeknapt opgemonterd; opgevrolijkt

opknappen:

opknappen verb (knap op, knapt op, knapte op, knapten op, opgeknapt)

  1. opknappen (opkalefateren; opvijzelen; oplappen)
    to refurbish; to boost; jack up v; to pep up; to patch up
    • refurbish verb (refurbishs, refurbished, refurbishing)
    • boost verb (boosts, boosted, boosting)
    • jack up v verb
    • pep up verb (peps up, pepped up, pepping up)
    • patch up verb (patches up, patched up, patching up)
  2. opknappen (in goede staat brengen; renoveren)
    to renovate; to renew; to resume; fix up
    • renovate verb (renovates, renovated, renovating)
    • renew verb (renews, renewed, renewing)
    • resume verb (resumes, resumed, resuming)
    • fix up verb
  3. opknappen (opkikkeren)
    to cheer up
    – become cheerful 1
    • cheer up verb (cheers up, cheered up, cheering up)
    to spruce up; to brighten
    • spruce up verb (spruces up, spruced up, sprucing up)
    • brighten verb (brightens, brightened, brightening)
  4. opknappen (renoveren)
    to renovate; to redevelop
    • renovate verb (renovates, renovated, renovating)
    • redevelop verb (redevelops, redeveloped, redeveloping)

Conjugations for opknappen:

o.t.t.
  1. knap op
  2. knapt op
  3. knapt op
  4. knappen op
  5. knappen op
  6. knappen op
o.v.t.
  1. knapte op
  2. knapte op
  3. knapte op
  4. knapten op
  5. knapten op
  6. knapten op
v.t.t.
  1. heb opgeknapt
  2. hebt opgeknapt
  3. heeft opgeknapt
  4. hebben opgeknapt
  5. hebben opgeknapt
  6. hebben opgeknapt
v.v.t.
  1. had opgeknapt
  2. had opgeknapt
  3. had opgeknapt
  4. hadden opgeknapt
  5. hadden opgeknapt
  6. hadden opgeknapt
o.t.t.t.
  1. zal opknappen
  2. zult opknappen
  3. zal opknappen
  4. zullen opknappen
  5. zullen opknappen
  6. zullen opknappen
o.v.t.t.
  1. zou opknappen
  2. zou opknappen
  3. zou opknappen
  4. zouden opknappen
  5. zouden opknappen
  6. zouden opknappen
en verder
  1. ben opgeknapt
  2. bent opgeknapt
  3. is opgeknapt
  4. zijn opgeknapt
  5. zijn opgeknapt
  6. zijn opgeknapt
diversen
  1. knap op!
  2. knapt op!
  3. opgeknapt
  4. opknappend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for opknappen:

NounRelated TranslationsOther Translations
boost impuls; prikkel; stimulans
resume curriculum vitae; cv; resumé
VerbRelated TranslationsOther Translations
boost opkalefateren; opknappen; oplappen; opvijzelen aanjagen; aansporen; opjutten; porren
brighten opkikkeren; opknappen blij maken; in verrukking brengen; opklaren; plezieren; verblijden; verheugd; verrukken; wolken verdwijnen
cheer up opkikkeren; opknappen bemoedigen; blij maken; fleurig maken; opbeuren; opfleuren; opmonteren; verkwikken; vrolijker worden
fix up in goede staat brengen; opknappen; renoveren
jack up v opkalefateren; opknappen; oplappen; opvijzelen
patch up opkalefateren; opknappen; oplappen; opvijzelen
pep up opkalefateren; opknappen; oplappen; opvijzelen
redevelop opknappen; renoveren hernieuwen; herstellen; renoveren; saneren; verbeteren; vernieuwen; wederopbouwen
refurbish opkalefateren; opknappen; oplappen; opvijzelen
renew in goede staat brengen; opknappen; renoveren beteren; bijwerken; corrigeren; goedmaken; hernieuwen; herstellen; herzien; nieuw leven inblazen; opnieuw doen; overdoen; renoveren; repareren; verbeteren; vernieuwen
renovate in goede staat brengen; opknappen; renoveren hernieuwen; herstellen; renoveren; restaureren; verbeteren; vernieuwen; wederopbouwen
resume in goede staat brengen; opknappen; renoveren herhalen; hernieuwen; herstellen; hervatten; oefenen; opnieuw beginnen; renoveren; repeteren; verbeteren; vernieuwen
spruce up opkikkeren; opknappen gladmaken; gladwrijven
ModifierRelated TranslationsOther Translations
cheer up komaan

Wiktionary Translations for opknappen:

opknappen
verb
  1. verbeteringen aanbrengen
opknappen
verb
  1. to modernize, repair, renovate, or revise completely

Cross Translation:
FromToVia
opknappen refresh rafraîchir — rendre frais