Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. zuiplappen:
  2. zuiplap:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for zuiplappen from Dutch to English

zuiplappen:

zuiplappen [de ~] noun, plural

  1. de zuiplappen (drinkebroers; innemers; tetteraars; drinkers; dronkelappen)
    the drinkers; the boozers; the drunks; the topers; the tipplers

Translation Matrix for zuiplappen:

NounRelated TranslationsOther Translations
boozers drinkebroers; drinkers; dronkelappen; innemers; tetteraars; zuiplappen
drinkers drinkebroers; drinkers; dronkelappen; innemers; tetteraars; zuiplappen
drunks drinkebroers; drinkers; dronkelappen; innemers; tetteraars; zuiplappen
tipplers drinkebroers; drinkers; dronkelappen; innemers; tetteraars; zuiplappen
topers drinkebroers; drinkers; dronkelappen; innemers; tetteraars; zuiplappen

Related Words for "zuiplappen":


zuiplap:

zuiplap [de ~ (m)] noun

  1. de zuiplap
    the boozer; the drunk; the drinker
  2. de zuiplap
    the boozer

Translation Matrix for zuiplap:

NounRelated TranslationsOther Translations
boozer zuiplap dronkaard; dronkelap; dronkeman; zatlap
drinker zuiplap drinker
drunk zuiplap dronkaard; dronkelap; dronkeman; zatlap
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
drunk aangeschoten; beneveld; beschonken; bezopen; dronken; ladderzat; zat

Related Words for "zuiplap":


Wiktionary Translations for zuiplap:

zuiplap
noun
  1. pejoratief|nld iemand die voortdurend dronken is