Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. aanvaringen:
  2. aanvaring:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for aanvaringen from Dutch to Spanish

aanvaringen:

aanvaringen [de ~] noun, plural

  1. de aanvaringen (ruzies)
    la disputas; el abordajes

Translation Matrix for aanvaringen:

NounRelated TranslationsOther Translations
abordajes aanvaringen; ruzies
disputas aanvaringen; ruzies

Related Words for "aanvaringen":


aanvaringen form of aanvaring:

aanvaring [de ~ (v)] noun

  1. de aanvaring (botsing)
    el choque; la colisión

Translation Matrix for aanvaring:

NounRelated TranslationsOther Translations
choque aanvaring; botsing aanrijding; bons; botsing; collisie; doorstoot; dreun; geschok; geschud; gestoot; hort; klap; knal; kwak; opeen knallen; pof; schok; schokkende beweging; shock; smak; stoot
colisión aanvaring; botsing aanrijding; afstorten; botsing; collisie; conflict; neerstorten; opeen knallen
OtherRelated TranslationsOther Translations
choque botsing

Related Words for "aanvaring":


Wiktionary Translations for aanvaring:

aanvaring
noun
  1. scheepvaart|nld botsing van een schip met een ander schip of object

Cross Translation:
FromToVia
aanvaring colisión en cadena Karambolage — Zusammenstoß (mit einem Fahrzeug)
aanvaring choque; golpe; colisión choccollision brusque, impact d’un corps avec un autre corps.