Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. oneffenheid:
  2. oneffen:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for oneffenheid from Dutch to Spanish

oneffenheid:

oneffenheid [de ~ (v)] noun

  1. de oneffenheid (hobbeligheid; ruwheid)
    la desigualdad; la irregularidad; la rugosidad; el hirsutismo
  2. de oneffenheid (hobbel; bobbel; ongelijkheid)
    la desigualdad; la irregularidad; el desnivel

Translation Matrix for oneffenheid:

NounRelated TranslationsOther Translations
desigualdad bobbel; hobbel; hobbeligheid; oneffenheid; ongelijkheid; ruwheid bochel; bult; hobbel; hobbeling; uit de hoogte doen; verhevenheid
desnivel bobbel; hobbel; oneffenheid; ongelijkheid hoogteverschil; niveauverschil
hirsutismo hobbeligheid; oneffenheid; ruwheid borsteligheid
irregularidad bobbel; hobbel; hobbeligheid; oneffenheid; ongelijkheid; ruwheid grilligheid; het onregelmatig-zijn; luimigheid; ongeregeldheid; onregelmatigheid; wispelturigheid
rugosidad hobbeligheid; oneffenheid; ruwheid borsteligheid; grofheid; ruigheid; ruw van makelij

Related Words for "oneffenheid":


Wiktionary Translations for oneffenheid:


Cross Translation:
FromToVia
oneffenheid aspereza; asperidad aspéritéqualité de ce qui est raboteux, inégal.

oneffenheid form of oneffen: