Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. plotten:
  2. plot:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for plotten from Dutch to Spanish

plotten:

plotten [znw.] noun

  1. plotten (verwikkelingen; intriges)
    la intrigas

Translation Matrix for plotten:

NounRelated TranslationsOther Translations
intrigas intriges; plotten; verwikkelingen gedraai; gekonkel; intrige; konkelarij

Related Words for "plotten":


plotten form of plot:

plot [de ~ (m)] noun

  1. de plot (verwikkeling; intrige)
    la intriga; el embrollo; el enredo; el lío

Translation Matrix for plot:

NounRelated TranslationsOther Translations
embrollo intrige; plot; verwikkeling getob; heisa; rompslomp; toestand; veel gedoe
enredo intrige; plot; verwikkeling chaos; doolhof; geharrewar; gekonkel; heksenketel; intrige; keet; konkelarij; labyrint; puinhoop; regelloosheid; slordigheid; verstrikking; wanorde; wanordelijkheid; warboel; warnet; wirwar; zooitje; zootje
intriga intrige; plot; verwikkeling gekonkel; intrige; konkelarij
lío intrige; plot; verwikkeling affaire; bos; bundel; complicatie; drukte; gedoe; geharrewar; heisa; krakeel; liaison; liefdesrelatie; omhaal; probleem; relatie; rottigheid; scharrelpartijtje; toestand; verhouding; vrijage

Related Words for "plot":


Wiktionary Translations for plot:


Cross Translation:
FromToVia
plot gráfica; diagrama plot — graph or diagram