Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. rebellerend:
  2. rebelleren:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for rebellerend from Dutch to Spanish

rebellerend:


Translation Matrix for rebellerend:

NounRelated TranslationsOther Translations
obstinado stijfhoofd; stijfkop
rebelde herrieschopper; oproerkraaier; opstandeling; rebel; rustverstoorder; stokebrand; weigeraar
ModifierRelated TranslationsOther Translations
indócil rebellerend eigenwijs; eigenzinnig; hardhoofdig; koppig; moeilijk te hanteren; onhandelbaar; onwillig; tegendraads; weerbarstig; weerspannig
ingobernable rebellerend koppig; moeilijk te hanteren; onbedaarlijk; onbedwingbaar; onbestuurbaar; ongetoomd; onhandelbaar; onstuimig; onwillig; opstandig; recalcitrant; stijfhoofdig; tegendraads; teugelloos; uitzinnig; weerbarstig; weerspannig
inmanejable rebellerend koppig; moeilijk te hanteren; onbestuurbaar; onhandelbaar; onhanteerbaar; onwillig; opstandig; recalcitrant; stijfhoofdig; tegendraads; weerbarstig; weerspannig
intratable rebellerend eigenwijs; eigenzinnig; hardhoofdig; koppig; moeilijk te hanteren; onbestuurbaar; onhandelbaar; onwillig; opstandig; recalcitrant; stijfhoofdig; tegendraads; weerbarstig; weerspannig
obstinado rebellerend eigengereid; eigenwijs; eigenzinnig; halsstarrig; hardhoofdig; koppig; obstinaat; onbestuurbaar; onbuigzaam; onderdrukt; onverbiddelijk; onvermurwbaar; onverzettelijk; onwillig; onwrikbaar; opgekropt; opstandig; recalcitrant; stijfhoofdig; stijfkoppig; stug; taai; tegendraads; verbeten; verkropt; weerbarstig; weerspannig
porfiado rebellerend onbuigzaam; onverbiddelijk; onvermurwbaar; onverzettelijk; stijfkoppig; stug; taai
reacio a rebellerend aarzelend; halfslachtig; koppig; onbuigzaam; onverzettelijk; onwillig; schoorvoetend; stijfkoppig; stug; taai; tegendraads; wankelmoedig; weerbarstig; weerspannig; weifelend
rebelde rebellerend baanbrekend; bokkig; dwars; eigenwijs; eigenzinnig; halsstarrig; hardhoofdig; koppig; onbuigzaam; ongedisciplineerd; onverbiddelijk; onvermurwbaar; onverzettelijk; onwillig; onwrikbaar; oproerig; opstandig; rebels; revolutionair; stijfhoofdig; stijfkoppig; tegendraads; weerbarstig; weerspannig
recalcitrante rebellerend afwijzend; bokkig; dwars; koppig; onwillig; stijfhoofdig; tegendraads; terugwijzend; verwerpen; weerbarstig; weerspannig; weigerachtig

rebelleren:

rebelleren verb (rebelleer, rebelleert, rebelleerde, rebelleerden, gerebelleerd)

  1. rebelleren (in opstand komen)

Conjugations for rebelleren:

o.t.t.
  1. rebelleer
  2. rebelleert
  3. rebelleert
  4. rebelleren
  5. rebelleren
  6. rebelleren
o.v.t.
  1. rebelleerde
  2. rebelleerde
  3. rebelleerde
  4. rebelleerden
  5. rebelleerden
  6. rebelleerden
v.t.t.
  1. heb gerebelleerd
  2. hebt gerebelleerd
  3. heeft gerebelleerd
  4. hebben gerebelleerd
  5. hebben gerebelleerd
  6. hebben gerebelleerd
v.v.t.
  1. had gerebelleerd
  2. had gerebelleerd
  3. had gerebelleerd
  4. hadden gerebelleerd
  5. hadden gerebelleerd
  6. hadden gerebelleerd
o.t.t.t.
  1. zal rebelleren
  2. zult rebelleren
  3. zal rebelleren
  4. zullen rebelleren
  5. zullen rebelleren
  6. zullen rebelleren
o.v.t.t.
  1. zou rebelleren
  2. zou rebelleren
  3. zou rebelleren
  4. zouden rebelleren
  5. zouden rebelleren
  6. zouden rebelleren
diversen
  1. rebelleer!
  2. rebelleert!
  3. gerebelleerd
  4. rebellerend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for rebelleren:

VerbRelated TranslationsOther Translations
rebelarse in opstand komen; rebelleren oproer kraaien
sublevarse in opstand komen; rebelleren

Wiktionary Translations for rebelleren:


Cross Translation:
FromToVia
rebelleren rebelarse rebel — to resist or become defiant towards
rebelleren alzarse en protesta revolt — to rebel